Tijdens uitgaande correspondentie werd die naam gebruikt. Dat die naam werd gevoerd weet niemand. Het blijkt uit een zorgvuldig geschreven brief van Paul Windhausen die tevoorschijn komt bij Henk Kierczak. Zijn moeder Leny Kierczak-Gerritsen was één van de koeriersters van de post. Mogelijk is de brief aan haar meegegeven omdat zij tot het privé-familiedossier behoort.

De brief is gericht aan Frans de Kort, de zoon van Jel Goossens. Hij mag eerder van Paul Windhausen op een dag mee naar de Vloeiweide. In de schuilkelder kijkt hij zijn ogen uit. “Ik herinner me als kind die ruimte vol grote geheimen als de dag van gisteren”, zegt Frans. De brief van “de Kegelcub” is ongedateerd maar lijkt opgesteld te zijn vlak voor de aanslag omdat de komst van de geallieerden, zoals uit de tekst blijkt, met brandende hartstocht wordt afgewacht. In juist die periode ligt Frans ziek te bed. Het schrijven luidt als volgt: “Beste Frans, namens de hele kegelclub (lees: de Post Vloeiweide) nog eens de hartelijke groeten en een voorspoedig beterschap. Hoe lang duurt het nog? Ze zeggen nog steeds: ’t komt eraan, ‘t komt steeds dichterbij. En Frans zegt: “als we niets horen: ze zijn voorbij”. De brief is een in wezen een schreeuw uit het hart van de kapitein van de post. Verpakt in een grapje laat hij weten van zijn wanhoop: “Wanneer komen de bevrijders?”

In het boek zijn soortgelijke unieke documenten van Paul Windhausen opgenomen. Het valt op dat ze, schrijnend genoeg, allemaal zijn geschreven vlak vóór de overval plaatsvindt.

 


Uw reactie op het boek Brabants oorlogsdrama Het verbeten verzet op de Vloeiweide zenden naar: redactie@vorsselmans.nl
Dan wel schriftelijk naar de redactie van de Bredase Bode, postbus 22, 4880 AA in Zundert, o.v.v. boek Vloeiweide.

Reacties worden geplaatst in de Bode.